Account aanmaken

Annuleer
X

Zoeken naar


12 oktober 2016

5 do's en don'ts voor de aanleg van vloerverwarming

Tips voor een Gasleiding

Je kunt het maar één keer aanleggen, anders wordt het wel een heel duur geintje. Precies, ik heb het over vloerverwarming en -koeling. Zowel tijdens het ontwerp als de installatie zijn er een hoop factoren om rekening mee te houden. 5 do's en don'ts op een rij!

Door: Stefan Lenting, productspecialist vloerverwarming bij Ubel

DO’s

1. Bepaal vooral welke warmtebron erin komt

Kies je een verdeler met of zonder pomp? Dit hangt af van de vloeroppervlakte. Bij relatief kleine systemen heeft de cv-ketel vaak voldoende capaciteit om het water rond te pompen. Het kantelpunt ligt bij een vloerverwarmingssysteem met 6 à 7 groepen: hierboven heb je zéker een verdeler met pomp nodig.

2. Check of ruimteregeling gewenst is

Bij 30 tot 40 procent van de vloerverwarmingssystemen wordt gekozen voor separate ruimteregeling, oftewel: de mogelijkheid om de warmtegraad in de verschillende ruimtes apart te kunnen instellen. Is dit een wens? Pas dan een elektrische regeling toe, waarmee je separate groepen open en dicht kunt zetten. Neem dit het liefst direct in het ontwerp mee. Met een draadloze regeling kan het eventueel ook nog achteraf.

3. Wel/geen randzone

In sommige situaties, bijvoorbeeld bij een glazen pui, is het verstandig om een randzone in het vloerverwarmingssysteem te maken. Zo voorkom je kouval en creëer je extra warmte en comfort. Leg je het systeem normaal gesproken op 15 cm hart op hart (h.o.h.), in de randzone houd je 10 cm aan.

4. Kies een slimme plaats voor de verdeler

Denk in de ontwerpfase goed na over de plaats van de verdeler. Kies een plek waar je deze makkelijk kunt installeren, netjes kunt wegwerken en waar ook de cv-leidingen makkelijk heengeleid kunnen worden. Een geschikte plek voor de verdeler is vaak onder de trap, in de berging of in de muur vlak bij de meterkast. Kleine hal? Dan is het niet handig de verdeler in de hal te plaatsen. Als alle aanvoer- en retourleidingen door de hal lopen, wordt de temperatuur in de hal zelf slecht regelbaar. Maak in zo'n geval liever een uitsparing in de muur en voer de leidingen direct door de muur naar de vertrekken.

5. Laat een warmteverliesberekening maken

Het laten maken van een warmteverliesberekening kost geld en wordt daarom vaak overgeslagen. Toch is mijn stellige advies om deze relatief kleine investering wél te doen en het resultaat in het ontwerp mee te nemen. Zo'n warmteverliesberekening vertelt namelijk precies hoeveel warmte je nodig hebt om de verschillende ruimtes op temperatuur te krijgen. Het zou zomaar kunnen dat je de vloerverwarming h.o.h. 20 cm kan leggen, in plaats van 15 cm. Resultaat: minder leidingen en vermogen nodig, beter voor portemonnee van de eindgebruiker én het milieu.

"Met scheuren in je dure, marmeren tegelvloer ben je verder van huis"
- Stefan Lenting, productspecialist vloerverwarming bij Ubel

DONT'S

1. Vloerkoeling: aanvoertemperatuur onder het dauwpunt

Een absolute don't bij vloerkoeling: de aanvoertemperatuur van het water instellen onder het dauwpunt. De vloer zal gaan condenseren met als gevolg vocht óp de vloer. Natte voeten! Zorg dus altijd dat de aanvoertemperatuur boven het dauwpunt blijft; met 18 graden voor de aanvoerleidingen en 22 graden voor de retourleidingen zit je in de meeste gevallen goed.

2. Boren in de vloer

Vloerverwarming? Pas op met boren! Ook al heb je de tekening bij de hand, dan nog is er een risico dat je een leiding raakt. Mijn advies is om in de ontwerpfase na te denken of er nog iets in/met de vloer moet gebeuren. Denk aan plinten, dorpels, een vloergootje maken of stellingen bevestigen. Is achteraf boren onvermijdelijk? Boor dan vooral niet te diep.

3. Vloertemperatuur > 29 graden

Bij een vloertemperatuur hoger dan 29 graden zijn dikke voeten gegarandeerd. Vloerverwarming is dan echt niet comfortabel meer. Het is de taak van de installateur deze maximumtemperatuur in te stellen. Fabrikanten geven de juiste inregelstanden vaak al op de verdelers aan.

4. Niet-diffusiedichte leidingen

Kies bij de aanleg van een nieuw vloerverwarmingssysteem altijd voor diffusiedichte leidingen. Doe je dit niet, dan kunnen leidingen en/of de verdeler gaan roesten en kan de cv-ketel of warmtepomp versmeerd raken. Niet bepaald bevorderlijk voor de levensduur van het systeem. Tot zo'n 20 jaar geleden werden vaak niet-diffusiedichte buizen toegepast in vloerverwarmingssystemen. Kom je zo'n systeem tegen? Plaats dan een wisselaar tussen de leidingen en de warmtebron. Zo blijft het eventuele roestwater binnen de leidingen en houd je het cv-gedeelte schoon.

5. Geen dilatatievoegen

Een vloer die warm wordt, zet uit. Daardoor kúnnen lelijke scheuren ontstaan. Door het aanbrengen van dilatatievoegen ga je dit tegen. Mijn advies: werk bij een vloeroppervlakte van 40 vierkante meter of meer altijd met dilatatievoegen. In onder andere fabriekshallen wordt dit al veel gedaan, maar ook in grotere, luxe woningen zijn dilatatievoegen geen overbodige luxe. Het wordt om esthetische redenen vaak niet gedaan, maar zeg nu zelf: met scheuren in je dure, marmeren tegelvloer ben je verder van huis.



 

Deze website maakt gebruik van cookies. Door op de website te blijven gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Ik ga akkoord
E-mail ons